The Headstrong Visual Idea / Ulco Mes / 2009

Ulco Mes

Epaulettes duiden als kleerhanger doet geen recht aan het beeld. Maar helemaal verkeerd is het ook niet. In haar interview met Aloys van den Berk licht Hanneke Klinkum immers toe, hoe een oude kleerhanger aan de basis staat van haar kunstwerk. Dat ze de klerenhaak jarenlang had bewaard, dat ze het 'zo'n eigenwijs en bijzonder ding' vond, en dat ze plotseling de ingeving kreeg de houten beugel te voorzien van loden manchetten en fazantenpootjes. Het zo gerealiseerde beeld is een intrigerend samenstel van gekende voorwerpen en materialen die, in hun combinatie, een bizar en vervreemdend object te zien geven. De kleerhanger, met zijn gebogen houten beugel en langgerekte ijzeren haak, transformeert door de toevoeging van de fazantenpoten ogenschijnlijk tot een levend wezen. Een dierlijk schepsel dat met gestrekte nek om zich heen ziet en de armen kromt om met zijn venijnige klauwen zijn schouders te krabben. Vermoedelijk wijst de titel Epaulettes op de zichtbare overeenkomst tussen de fazantenpoten met neerhangende tenen en het schouderbelegsel met afhangende troetels dat als onderscheidingsteken op het schouderstuk van een uniform is aangebracht. Dat neemt overigens niet weg dat de duiding Epaulettes allerlei vragen oproept.

I

Terugkijkend op haar werk karakteriseert Hanneke Klinkum Epaulettes in het genoemde interview als een beeld dat 'tekenend is voor mijn hele oeuvre'. Maar wat is daaraan zo eigen? Wat bevat dit kunstobject dat ook de latere beelden van de kunstenares typeert? Welke kwaliteiten lopen als rode draden door het beeldend werk van Hanneke Klinkum en zijn al zichtbaar in Epaulettes?

Met het onderstaande heb ik niet de pretentie een volledig en definitief antwoord te geven op de hier gestelde vragen. Mijn opzet is bescheiden en beperkt zich tot het duiden van enkele gezichtspunten die kunnen helpen bij het zoeken naar antwoorden. In mijn betoog richt ik mij bovendien alleen op haar driedimensionale kunstuitingen. De intrigerende wisselwerking tussen het tekenwerk en het ruimtelijke werk van Hanneke Klinkum blijft daardoor buiten beschouwing. Ik kan de lezer slechts uitnodigen deze relatie zelfstandig en op verschillende niveaus te overdenken.

Waarin kenmerkt Epaulettes van Hanneke Klinkum? Het moet iets te maken hebben met de wijze waarop en het raffinement waarmee de kunstenares haar beeld heeft samengesteld uit slechts enkele beeldelementen: een kleerhanger, loden 'manchetten' en fazantenpoten. Het is deze kwaliteit, het combineren van een gebruiksvoorwerp met andere materialen en objecten tot een enigmatisch beeld, die het werk van Hanneke Klinkum verbindt met assemblagekunst.

II

Ofschoon er voorbeelden van assemblages bekend zijn van het begin van de twintigste eeuw, wordt de geschiedenis van de assemblagekunst gemarkeerd door de tentoonstelling 'The art of Assemblage'. Deze retrospectieve, die in 1961 werd gehouden in het Museum of Modern Art in New York, plaatste de assemblagekunst voor het eerst in het middelpunt van de belangstelling. Bij die gelegenheid omschrijft de organiserende conservator Wiliam C. Seitz een assemblage als "made up of preformed natural or manufactured materials, objects, or fragments not intended as art materials". Hij introduceert het begrip assemblage om alle vormen van "composite art and modes of juxtaposition" te kunnen omvatten, waarbij hij de assemblage presenteert als een van de belangrijkste vernieuwingen in de moderne kunst, naast abstractie. 'The Art of Assemblage' toonde werk van uiteenlopende kunstenaars, onder wie Braque, Cornell, Dubuffet, Duchamp, Picasso, Rauschenberg, Man Ray, Schwitters, Kienholz en Spoerri.

In de beschouwing van assemblagekunst raken wij geboeid. De afzonderlijke objecten die als beeldelementen het kunstwerk bepalen, hebben ieder hun eigen functie of context. Daardoor zijn ze in staat bij ons talloze betekenissen te genereren. Welke dat zijn hangt onder meer af van de economische, politieke of sociale context van de gebruikte voorwerpen. Er kleven als het ware 'gefragmenteerde herinneringen' aan een object, reminiscenties die kunnen fungeren als startpunt van verhalen. Dat leidt ertoe dat wij de beeldelementen, zowel afzonderlijk als in hun onderlinge combinatie, interpreteren op allerlei niveaus. Zo ontstaan in onze beschouwing allerlei, soms ongekende betekenisverbanden.

III

Wat zo typerend is voor assemblagekunst, geldt ook voor Epaulettes. We zien hoe Hanneke Klinkum een kleerhanger, fazantenpoten en lood, materialen en gebruiksvoorwerpen zonder eigen artistieke waarde, tot één beeld combineert. In onze beschouwing blijven ze als afzonderlijke beeldelementen herkenbaar. Ze roepen een breed scala aan herinneringen en gedachten op. Tegelijkertijd proberen we bewust en onbewust samenhang aan te brengen in de opgeroepen stroom van denkbeelden en interpretaties. Een voorbeeld. De titel van het kunstwerk, Epaulettes, kan worden opgevat als een verwijzing naar een militair uniform, een kledingstuk dat in verband kan worden gebracht met de kleerhanger. Epauletten, als onderscheidingsteken, kunnen we bijvoorbeeld associëren met een overwinning, met de triomf na een gevoerde strijd. Die strijd zou een gevecht tussen mens en dier kunnen zijn geweest, zoals een fazantenjacht. En wellicht is die beslecht door kogels van lood. Nogmaals, het gaat om een voorbeeld. Wat ik wil aantonen is hoe uit interpretaties van afzonderlijke beeldelementen op associatieve wijze bijzondere betekenisverbanden kunnen ontstaan.

De kracht van Epaulettes schuilt in het open karakter van het beeld, waardoor het voor uiteenlopende interpretaties vatbaar is. Dat geldt voor veel kunstwerken uit het oeuvre van Hanneke Klinkum, zoals voor Eilandje, Benengewei, Kruiper en Ladder. In het laatstgenoemde beeld combineert de kunstenares een houten balk met acht bronzen hertenpootjes, die als 'treden' in de houten balk zijn aangebracht. Het zonderlinge aan deze 'ladder' is niet alleen de aard van de treden. Eigenaardig is dat Ladder niet bestaat uit twee evenwijdige houten balken waartussen dwarsverbanden zijn aangebracht, maar uit slechts één staander waar de hertenpootjes als 'treden' uitsteken. Het is dan ook nog maar de vraag of deze 'ladder' kan fungeren als hulpmiddel bij het klimmen. Bevreemdend is tevens de wijze waarop Ladder met behulp van de horizontaal geordende hertenpoten tegen de muur staat.

IV

Nu we het assembleren als een typische kwaliteit van Hanneke Klinkum hebben geduid, rijst de vraag of zij daarbij een eigen en persoonlijke aanpak hanteert. Overzien wij haar oeuvre, dan vallen enkele dingen op. Allereerst kunnen we constateren dat de meeste werken slechts enkele beeldelementen bevatten; in die zin ogen ze eerder sober en geraffineerd dan weelderig en grotesk. Daarbij is ook de helderheid en eerlijkheid in constructie en materiaalgebruik opmerkelijk. Tot de opvallendste aspecten behoort ook het gebruik van ledematen als armen en benen, poten en klauwen, lichaamsdelen als tongen en oren, en uitsteeksels als staarten en geweien. Veelal past Hanneke Klinkum deze 'extremiteiten' autonoom en buiten de normale context toe, waardoor ze als nieuw beeldidee kunnen fungeren.

Waarin schuilt de kracht van het beeldend werk van Hanneke Klinkum? Zoals gezegd moet het iets te maken hebben met het raffinement waarmee ze verschillende beeldelementen combineert tot een geloofwaardig en tegelijk intrigerend geheel. De ogenschijnlijk eenvoudige beelden spreken onmiddellijk tot de verbeelding en nodigen uit tot reflectie. Hanneke Klinkum beschikt het vermogen ons te plaatsen tegenover eigenzinnige en eigengereide beeldideeën die ons alle ruimte geven voor verwondering en interpretatie.

Ulco Mes

To interpret Epaulettes as a coat hanger would hardly do justice to the sculpture. Yet this may not be entirely off track. In her interview with Aloys van den Berk, Hanneke Klinkum does explain, after all, that an old coat hanger serves as the basis for her artwork. Having saved the object for years, as it was 'such a sassy and remarkable object', she suddenly felt like furnishing the wooden frame with lead cuffs and pheasant feet. The resulting image is an intriguing composition of known, recognizable objects and materials, which jointly manage to present us with a bizarre and alienating object. With its curved wooden frame and elongated metal hook, the coat hanger apparently undergoes a transformation into a living creature due to the addition of the pheasant feet. It becomes an animal stretching its neck to look around, the arms bent backward to scratch its shoulders with those vicious claws. The title Epaulettes most likely refers to the visible similarity between the pheasant feet, with their hanging toes, and the shoulder trimmings applied to a uniform. That, however, does not prevent the designation Epaulettes from giving rise to all sorts of questions.

I

Looking back at her work during the interview mentioned, Hanneke Klinkum describes Epaulettes as being a sculpture that characterizes her entire body of work. But what makes it so characteristic? What does this art object have that can also be found in the artist's later works? What qualities are consistent throughout the visual art of Hanneke Klinkum and begin to manifest themselves in Epaulettes?
With the following I do not pretend to furnish a complete and definitive answer to these questions. My modest aim confines itself to pointing out several aspects that can help in the search for answers. And my line of argument focuses solely on her three-dimensional work. The intriguing chemistry that goes on between the drawn work and the spatial work of Hanneke Klinkum will thereby remain undiscussed. I can merely invite the viewer to think about this relationship independently and from various perspectives.

What distinguishes Hanneke Klinkum's Epaulettes? It must be something related to the artist's approach to and refinement in composing her image with just a few visual elements: a coat hanger, lead 'cuffs' and pheasant feet. This quality, the combination of a utilitarian object with other materials and objects into an enigmatic image, links the work of Hanneke Klinkum with assemblage art.

II

Although examples of assemblages date back to the early part of the twentieth century, the history of assemblage art is marked by the exhibition The Art of Assemblage. This retrospective, held in 1961 at the Museum of Modern Art in New York, made assemblage art the focus of attention for the first time. Organizing curator William C. Seitz describes it as being "made up of preformed natural or manufactured materials, objects or fragments not intended as art materials." He introduces the notion of assemblage in order to span all forms of "composite art and modes of juxtaposition", presenting this as one of the most significant innovations in modern art, along with abstraction. The Art of Assemblage included work by a range of artists, among them Braque, Cornell, Dubuffet, Duchamp, Picasso, Rauschenberg, Man Ran, Schwitters, Kienholz and Spoerri.

Observing assemblage art captures our interest. Each object, as a visual element that gives shape to the artwork, has its own function or context. That is how it can generate countless meanings to us. What those are depends on, among other factors, the economic, political or social context of the objects used. 'Fragmented memories', reminiscences that can serve as a starting point for narratives, cling to an object. That causes us to interpret the visual elements, both individually and collectively, on all sorts of levels. As we observe, various and occasionally unfamiliar connotations arise.

III

That which distinctly characterizes assemblage art can be said about Epaulettes as well. We see how Hanneke Klinkum consolidates materials and objects void of any artistic value- a coat hanger, pheasant feet and lead-into a single image. As we look at the work, they remain recognizable as separate visual elements. They evoke a broad range of memories and thoughts. At the same time, we attempt, consciously and unconsciously, to introduce coherence in the evoked stream of ideas and interpretations. An example: the title of the artwork, Epaulettes, can be seen as a reference to a military uniform, a piece of clothing that can be related to the coat hanger. As marks of distinction, epaulets can be associated with victory, for instance, with triumph following a battle. That might have been a battle fought between man and beast, as in a pheasant hunt. And its outcome might have been determined by lead pellets. Again, this is an example. What I want to demonstrate is how the interpretations of separate visual elements can give rise, in an associative manner, to unusual correlations of meaning.

The strength of the work Epaulettes lies in its ambiguous character, which makes it open to a range of interpretations. That can be said about many artworks by Hanneke Klinkum, such as Eilandje (Little Island), Benengewei (Leg Antlers), Kruiper (Creeper) and Ladder. In the last of these sculptures, the artist combines a wooden beam with eight bronze deer hooves which have been attached to the beam as 'rungs'. The peculiar thing about this 'ladder' is not only the nature of its rungs. Singularly, Ladder does not consist of two parallel wooden beams linked by cross-connections; there is only one side, from which the deer hooves stick out as 'rungs'. Thus it remains to be seen whether this 'ladder' can function as an aid in climbing. Another alienating factor is the way in which Ladder leans against the wall with the help of horizontally arranged deer hooves.

IV

Now that we have shown assemblage to be a typical quality of Hanneke Klinkum's work, there rises the question as to whether she employs a distinct and personal approach. When we view the whole of her work, several things do stand out. First of all, we can ascertain that most of the works involve only a few visual elements; in that sense they tend to have an austere and refined, rather than ample and grotesque appearance. Here the clarity and honesty of the construction and use of materials is also notable. Among the most striking aspects is the use of limbs such as arms and legs, hooves and claws, body parts such as tongues and ears, and protrusions such as tails and antlers. Often Hanneke Klinkum applies these extremities autonomously and beyond the normal context, which enables them to function as new visual ideas.

Where does the strength of Hanneke Klinkum's visual work lie? As said, it must have something to do with the refinement with which she consolidates a range of visual elements into a convincing and intriguing whole. The seemingly simple sculptures speak instantly to the imagination and invite us to reflect. Hanneke Klinkum has the capacity to present us with headstrong and unruly visual ideas that give us ample space for wonder and interpretation.