Hanneke Klinkum / Ulco Mes / 1995

Ulco Mes

"Ik heb altijd twee dingen tegelijkertijd ontwikkeld: het tekenen en mijn ruimtelijk werk. Uiteindelijk voel ik me meer betrokken bij mijn ruimtelijke werk. Of laat ik het zo zeggen: ik kan er niet omheen."
De helder geconstrueerde beelden van Hanneke Klinkum hebben een eigen geaardheid en daarmee bestaansrecht. Ze roepen associaties op met lichaamsdelen die bij mens en dier zijn terug te vinden: een grote gezwollen buik, een zich ontrollende tong of de langgerekte oren van een haas. Dat wordt versterkt door titels als 'Lengua' en 'Groot oor'.

De sculpturen drukken de fascinatie van de kunstenaar uit voor de natuur in de meest ruime zin van het woord. het was een reis naar Midden- en Zuid-Amerika, die haar ogen opende voor de vreemdheid van bepaalde verschijningsvormen, voor een grote diversiteit aan ruwe, bizarre natuurfenomenen. "Mij fascineert, dat bepaalde delen er bij een plant of dier zo eigenzinnig aanzitten. Ik zie ze dan in de eerste plaats als zelfstandige elementen, los van hun functie." Op een associatieve manier leiden dergelijke vormen tot geabstraheerde, op zichzelf staande beelden.
Klinkum wil dat haar sculpturen een eigen persoonlijkheid, een specifieke identiteit hebben. Belangrijk daarvoor is niet alleen hun vorm, maar ook bijvoorbeeld de wijze waarop ze hun plaats innemen, de manier waarop de werken contact maken met de aarde. Het gaat daarbij om fundamentele zaken als liggen of staan, leunen of ondersteunen. Het gebruikte materiaal is eveneens van betekenis.
De substantiële kwaliteiten en de lichamelijkheid ervan bepalen mede de zinnelijke uitstraling van het werk. De kunstenaar heeft een voorliefde voor zink, omdat het zacht glanst, gevoelig is voor weersinvloeden en huidverkleuringen laat zien. Daarnaast gebruikt ze onder meer hout, aluminium, brons en rubber, materialen die ze al dan niet in combineert. Typerend is het oprechte materiaalgebruik. Ze gaat daarbij zo ver, dat ze bijvoorbeeld op de zinken platen aangebrachte bestelcodes laat zien. Ook constructieve aspecten blijven dikwijls waarneembaar: in 'The one and the other' (1994) zijn de soldeernaden als schriftuur zichtbaar gelaten.

Uit de vormen en ideeën die ze daarin verbeeldt, blijkt dat de tekeningen van Klinkum verband houden met het ruimtelijke werk. Een aantal fungeert als voorstudie of begeleidt de totstandkoming van beelden.
Sommige ontstaan naar aanleiding van een sculptuur, als 'een soort afscheid'. En in bepaalde gevallen bestaat er een relatie tussen tekening en beeld, zonder dat de kunstenaar zich daarvan meteen bewust is: pas achteraf herkent ze de samenhang in ideeën of vormen.
Daarnaast hebben de tekeningen een autonome waarde, een in zichzelf. De vluchtige, met potlood of houtskool op papier gezette lijnen, getuigen van een dynamische tekenhand. Heldere en gloeiende kleuraccenten ontstaan door het gebruik van gouache of oilpaintstick.
Tekenen ervaart de kunstenaar als contemplatiever en introverter dan beeldhouwen: "Een tekening is een plat vlak, een ruimte waarin je in wezen alles kunt maken wat je maar denkt. Op papier kan alles, ook dingen die in de fysieke werkelijkheid niet kunnen. Bijvoorbeeld: vormen plat maken die je bol ziet en andersom."
Vorm materiaal, maat en constructie zijn bepalende factoren in het werk van Klinkum. De eigenzinnigheid daarvan verklaren ze slechts gedeeltelijk. Want terwijl het werk in veel opzichten helder is, worden de onderliggende ideeën slechts ten dele prijsgegeven. "Ik geloof niet dat ik wil, dat men alles van de beelden te weten komt. En ik vermoed dat ik het zelf ook nooit helemaal weet. Want als er nog iets te ontdekken valt, dan krijg ik het gevoel dat het beeld op zichzelf staat en een eigen identiteit heeft."

Zichtbaar eindeloos, Beeldende kunst in Tilburg 1945 - 1995

Ulco Mes

"I've always developed two elements simultaneously: Drawing and three-dimensional work. Eventually, I feel more involved in my three-dimensional work. Or to put it differently: I cannot seem to get round it."
Hanneke Klinkum's sculptures have a transparent construction which shows their disposition and with that their right to remain in being. They raise associations with human and animal body parts: A big swollen belly, an unrolling tongue or the elongated ears of a hare. The titles 'Lengua' (Tongue) and 'Groot Oor' (Big Ear) intensify this.

The sculptures express the artist's fascination for nature in its broadest sense. Her journey to Central and South America opened her eyes to the strangeness of certain phenomenon, to a great diversity of rugged, bizarre natural manifestations. "The thing which fascinates me most, is the way certain parts are attached to a plant or an animal. I see them as loose parts at first, disregarding their function." In a disassociative manner such forms lead to abstract, isolated sculptures .
Klinkum wants her sculptures to have their own personality, a specific identity. Not only form is important, but also the way these works of art handle their place, the way they make contact with the earth. In this, it is about fundamental things like lying down, standing up, leaning against or supporting. Also the used materials are important.
Their substantial qualities and their corporality add to the determination of the sensual charisma of the work. The artist has a preference for zinc, because of its subtle shine, its sensitivity to weather conditions and because of its skin discolouring. Furthermore, she uses wood, aluminium, bronze and rubber, materials she uses solely or in combination with each other. The sincerity of the way she uses materials, is typical for her work. For example, she even shows the bar codes of the zinc plates. Also, constructive aspects often remain visible: In 'The one and the other'(1994) the soldering joints are left visible as a statement.

The forms and ideas she expresses in her drawings show the connection with her three-dimensional work. Some drawings function as research or accompany the realisation of sculptures.
Others originate from an already existing sculpture, as a kind of 'farewell'. And in certain cases there is a relationship between the drawing and the sculpture, without the artist being conscious of it: only afterwards she recognises the coherence of ideas and forms.
Next to this the drawings have their own autonomous value, individually. The volatile pencil or charcoal paper drawings, show a dynamic drawing hand. Bright and flaming colour accents originate from the use of gouache or oil paint-stick.
The artist experiences the art of drawing as more contemplative and introvert than the art of sculpting: "A drawing has a flat surface, a space in which you can do anything you want. On paper the possibilities are endless, you can draw things that are impossible in physical reality. For example, you can make certain forms look flat even though they are round and vice versa."
Form, materials, size and construction are determinative factors in Klinkum's work. They partly explain the wilfulness in her work. Even though her work is clear in many respects, the underlying ideas are only partly communicated. "I don't think I would like people to know everything about the sculptures. And I suspect that I will never know myself. When there are still things to be discovered, I get the feeling that the sculpture is an individual with its own identity."

Visible-Endless, Visual Arts in Tilburg 1945-1995